Het bedrijfspensioen.

De tweede pijler van het stelsel van de oudedagsvoorzieningen is het zogenaamde bedrijfspensioen.

Bij het bedrijf, waar men werkt, bouwt men in de meeste gevallen vanaf leeftijd 20 tot de pensioendatum bedrijfspensioen op.

Veelal wordt een pensioentoezegging geregeld in de C.A.O. Bedrijven die niet onder een C.A.O. vallen zijn zelf vrij in het al dan niet regelen van het pensioen voor hun werknemers.

Onder een goed pensioen wordt een inkomen van 70% van het laatst verdiende loon verstaan. Dit inkomen bestaat dan uit de A.O.W. en het bedrijfspensioen.

Onderzoeken hebben uitgewezen dat meer dan 80% van de werknemers deze 70% van het laatste inkomen niet halen!

Dit noemen we het zogenaamde pensioengat.

Het pensioengat kan onder andere ontstaan door:
- het veelvuldig wisselen van werkgever;
- een binnen de C.A.O. minder geregeld pensioen;
- recentelijk door de overheid opgelegde maatregelen.

Maar er is meer.
Zo worden een aantal (inkomens) componenten vaak buiten beschouwing gelaten, bijvoorbeeld:
- overwerk;
- provisie;
- dertiende maand of winst-uitkering.

Maar ook de auto van de zaak kan wegvallen.

Hierdoor kan het pensioen-inkomen, ondanks een optisch goed pensioen van 70% wel eens tegenvallen!

Hoe we dit kunnen oplossen leest u bij de derde pijler, de lijfrenten.